Informatie Leer mij je liefhebben
In 1934 stappen Jo Liese, (ook wel genoemd 'Zus') en Wolter Smit op de boot naar het toenmalig Nederlands Indie. Wolter is net afgestudeerd aan de Zendingsschool te Oegstgeest.
Ze gaan als zendelingsechtpaar naar Sibolangit, een kleine post op Sumatra. Hier krijgen ze vier kinderen: Joke, Laura (de moeder van de auteur), Els en Bart. Na problemen met de Zendingsraad wordt Wolter in 1942 Predikant bij de Indische Protestantse Kerk en uitgezonden naar Kota Radja. Nog voordat hun huisraad arriveert nemen de Japanners het gezag over en worden ze geinterneerd in verschillende kampen.
Na de oorlog, als ze net weer samen zijn, keert Jo met haar vier kinderen terug naar Leiden, naar het ouderlijk huis op de Jan van Goyenkade. Voor Wolter is er zoveel werk dat hij niet weg kan. Na driekwart jaar stapt Jo weer op de boot en een paar weken later is het gezin herenigd. Al snel wordt Wolter jr., het vijfde kind, geboren.
Wolter wordt afgekeurd voor Indie wegens gezondheidsproblemen en de familie grijpt deze kans om voorgoed terug te keren naar Nederland. Ze beginnen weer in Leiden maar al gauw wordt Wolter beroepen als dominee van de Grote Kerk in Dordrecht. Het zesde kind, Sierk, wordt in Dordrecht geboren. Wolter maakt als dominee grote indruk op de gemeenteleden. Na een paar jaar verhuist het gezin weer, Wolter wordt dominee van de Oude Kerk, midden in de hoerenbuurt van Amsterdam. Ook hier valt hij op, hij is de eerste dominee die het woord verzuiling niet in de mond neemt; laat onder andere een pastoor een deel van zijn dienst leiden.
Vanaf het moment dat Wolter en Jo elkaar leren kennen begint de korrespondentie. In eerste instantie zijn er brieven over Wolter aan de ouders van Jo (Moes en Pa), brieven van Wolter aan Moes en Pa, verder allerhande krantenberichtjes over hun huwelijk en uitzending.
Vanaf het moment dat ze op de boot stappen begint Jo brieven te schijven naar huis en naar een gezamenlijke vriend, Sierk Riemens. Brieven over de reis, de aankomst, over hun leven als zendelingsechtpaar, over de kinderen, de gebruiken van de Bataks, over cultuurverschillen, hun problemen met de collega's enzovoort. Deze briefwisseling (hoewel er niet echt sprake is van 'wisseling'; bijna alle brieven die vanuit Nederland terug naar Indie werden gestuurd zijn verloren gegaan) houdt op als de oorlog uitbreekt. Jo schrijft niet alleen brieven maar houdt ook een dagboek bij. De toon in dit dagboek verschilt van de toon in de brieven. Is zij in de brieven optimistisch over de kinderen, het werk; in haar dagboek klaagt ze over eenzaamheid, haar slechte huwelijk en haar worsteling met het geloof. Ook Wolter schrijft af en toe brieven zowel naar Moes en Pa als zijn eigen ouders (Vader en Moeder). Zijn vader was ook dominee.
Tijdens de kampjaren schrijft Jo denkbeeldig aan Wolter (mijn jongen) in haar dagboek (5 schriften). In het begin is er nog schriftelijk contact mogelijk tussen Jo en Wolter. Deze brieven getuigen van de inval van de Jappen, de eerste indrukken van de kampen, het voedsel, de slaapruimte en wat dies meer zij. Wolter houdt tijdens de oorlog keurig geordende schriftjes bij met alle preken die hij in de mannenkampen hield (6 schriften).
Als de oorlog afgelopen is begint de korrespondentie met Leiden weer. Op weg naar Nederland en in de periode daarna schrijft Jo brieven aan Wolter, waarin ze onder andere uitgebreid ooggetuigenverslag doet van het naoorlogse Nederland. In haar tweede brief naar Indië beschrijft ze bijvoorbeeld heel uitgebreid wat ze ziet en voelt om na al die jaren weer terug te keren in een deels verwoest Holland.
Wolter werd in die tijd 'de vliegende dominee' genoemd, omdat hij alle eilanden aandeed per vliegtuig. Er bestaat een zeer interessant verslag van zijn hand, genoemd: 'Een reis door het Karo Batakland, terugzien na zes jaren', waarin hij beschrijft wat hij ziet en voelt na zes jaren terug te keren in het land waar hij Zendeling geweest is. Het vliegtuig koerst boven het Medanse landschap is zijn eerste zin. Eenmaal terug in Indie schrijft Jo weer naar Leiden. Dit keer worden de brieven uit Leiden wel bewaard!
Jo heeft tot drie jaar voor haar dood met regelmaat in haar dagboek geschreven, ook is ze altijd veel brieven blijven schrijven.
Jo wilde eigenlijk zelf haar levensverhaal opschrijven maar is hier nooit toe gekomen. Wel heeft ze, begin jaren 80, zelf haar kampdagboeken herschreven.
Zowel Jo als Wolter kon prachtig schrijven.