Fragmenten Leer mij je liefhebben

Het beschikbare materiaal bestaat uit honderden brieven, vele dagboeken en nog meer documenten. Op zich als geheel erg interessant, maar nog geen boek. In het boek vertelt Jo het verhaal en heeft de auteur een keuze gemaakt uit de fragmenten. Veel brieven en dagboekfragmenten hebben het boek niet gehaald.

Op deze bladzijde laat Kristine ten eerste zien hoe ze het materiaal heeft bewerkt aan de hand van een dagboek- en brieffragment met daar onder hoe het in het boek terecht is gekomen. Aan het tweede fragment is ook goed te zien dat Jo haar dagboek en brieven later nog becommentarieerd heeft, wellicht met het oog op eventuele uitgave?

Ten tweede zullen er hier enkele mooie fragmenten te lezen zijn die niet in het boek staan.

Ten derde een preek uit oorlogstijd van Wolter Smit.

1. Dagboek:

Zondagmiddag, 2 uur, 3 September 1944

Een nieuw schrift - en het leven gaat maar voort, het is een koude gure Zondag, eindelijk begint het zonnetje door te breken en nu dat doorbreekt gaat het ene Oost-Indische kers bloempje open na het ander, het is een feestelijk gezicht, gister plukte ik het tuintje leeg, vanmorgen al weer en elke dag zijn er bloemen - het is feestelijk en nuchter bekeken brengen die bloemetjes geld op waar je teng van kunt kopen, voor f 1,- een pakje van 90 gram. De kinderen zijn gaan rusten op de afdeling, ik laat ze veel slapen, ze hebben dan meer aan hun anderhalf a twee schepjes eten, en hier is het eens even rustig (...) We vierden 31 Augustus nogal in feestelijke stemming dankzij de goede krantenberichten, in Europa gaat het goed.

Boek Leer mij je liefhebben blz 107:

In september begin ik in een nieuw schrift in het kamp. We mogen geen boeken schrijven eigenlijk maar veel mensen doen het toch. Het schrijven maakt me gelukkig, 's avonds bij een kaarsje of zoals vandaag, 's morgens vroeg. De zon breekt door en ik zie de ene Oost-Indische kersbloem na de ander opengaan, het is een feestelijk gezicht. Elke dag zijn er bloemen. Ook de krantenberichten stemmen ons optimistisch. Er komen steeds clandestien kranten binnen en de snelheid waarmee de berichten elkaar daarin opvolgen zijn fabelachtig. Er is een grote kans dat de zaak in Europa op springen staat. Het einde komt in zicht. Hoe lang nog?

Brief 1964

Zoals ik je zeg: ik heb geen vertrouwen meer. Wie zegt mij dat het waar is dat je naar Den Haag moet vanavond? Je kunt net zo goed bij haar zitten. Het zegt me niets als ze zondags in Amsterdam niet in de kerk is want ze kan wel om mij wegblijven.

Haar brieven hebben mij het reeele gevaar laten zien. Wat was indertijd die sexuele opleving van jou? Werd je geprikkeld door haar en leefde je het uit op mij? Of delgde je er schuldgevoelens mee uit? Waarom hield dat alles opeens op als je condooms voor ons had gekocht? [noot van Jo, later bijgeschreven: p.s. ik vond bij Wolter condooms in de la]. We hebben niet echt uitgepraat en het kwaad blijft voortwoekeren. Haar liefde is zo maar niet afgezakt en straks zal ze misschien nog aan je school verbonden worden. Zien jullie elkaar nog vaker.

Je hebt blijkbaar geen enkel idee wat het voor me betekent dat zij straks met Bart en Joyce hier zit [noot: belijdenis]. Dat ik haar bloemen op moet spelden in de kerk.

Boek blz. 240:

Ik vind een pakje condooms in een lade, wij hebben al in geen tijden seks gehad, dus voor wie heeft hij ze gekocht? Inga is lerares Frans en woont vlak buiten de wijk van Wolter aan de gracht met twee van haar kinderen. Ze doet belijdenis bij Wolter, tegelijk met Bart en zijn vriendin Joyce. Ik moet haar een corsage van lentebloemen opspelden in de kerk.

2. Fragment dat niet in het boek staat:

DAGBOEK

23 Januari 1938

In het afgelopen jaar heb ik anderhalve bladzijde aan mijn dagboek gewijd. Waarom?

Het is een stille Zondagavond, alleen hindert me de zangles met z'n eindeloze liederen voor Juliana's spruit.

Voor het eerst, na wel 3 maanden, is Wolter op toernee, voor vijf dagen, en ben ik weer eens geheel voor de kinderen. Ik heb het reuze nodig weer eens alleen te zijn. Het kan best zijn dat het aan mijzelf ligt, maar als Wolter thuis is, is er altijd een min of meer jachterige sfeer en mijn aandacht is verdeeld tussen Wolter, 't werk en de kinderen. Is Wolter weg dan heb ik rust en tijd voor de peuters en komt de rest er niet op aan, ben ik ook innerlijk bevredigder. 't Is de laatste tijd eigenlijk zo vaak mis tussen ons, kleinigheden, die de sfeer bederven, concurrentie in 't druk hebben. Een dagboek is er niet om alles op te noemen wat je in een jaar gepresteerd hebt, het is er om neer te schrijven wat je niet bereikt hebt. Wat hebben we niet bereikt? Innerlijke diepte, rust, geloof, evenwicht, vertrouwen, ootmoedigheid. We hebben gewerkt, gezwoegd voor kerk, club, scholen, ziekenhuis, maar hebben we gewerkt aan ons innerlijk leven? Zijn we samen verder gekomen?

Ik dwing me om op deze avond alles rustig te analyseren, ik moet deze vier of vijf dagen innerlijk versterkt worden. Het is zo moeilijk omdat ik eigenlijk niet weet waarom 't aldoor hapert tussen ons. Een gebrek aan liefde? Bovengronds misschien soms? Ondergronds is er altijd die diep-innerlijke band, het verbonden zijn met mijn jongen, in wiens plaats ik me geen ander zou kunnen voorstellen. Een diepe liefde. Bovengronds is er vaak de kritiek die overheerst. Waarom toch? Soms denk ik: steekt meer en meer mijn egoisme de kop boven water, kan ik niet meer de minste zijn? Ik weet het niet, weet alleen dat ik als zondaar tegenover God sta. Dat ik ongeregeld bid en dan geen kontakt voel.

3.

Op een avond in 2006 was Kristine aan het surfen op de computer. Bij toeval kwam ze op een website van een antiquariaat terecht, waarop veel boeken over Indie. Veel interessante uitgaven, veel eerste drukken. Op een gegeven moment zag ze de naam van haar grootvader, W.A. Smit. Op de lijst stonden 5 schriften van hem met preken die hij in verschillende interneringskampen tijdens de oorlog op Sumatra heeft gehouden, zo ook enkele uitgetypte verhalen van zijn hand. Ze heeft de schriften en verhalen direct gekocht.

Een voorbeeld:

PREEK WOLTER SMIT

GEHOUDEN IN HET INTERNERINGSKAMP LAWE SI GALA GALA (SUMATRA)

2 januari 1944

Hebr. 13:8

Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in de eeuwigheid

Rust mijn ziel Uw God is koning

Heel de wereld zijn gebied

Alles wisselt op zijn wenken

Maar hij zelf verandert niet

Ieder woelt hier om verandering

En betreurt ze dag aan dag

Hunkert naar hetgeen hij zien zal

Wenst terug 't geen hij eens zag

Rust mijn ziel Uw God is koning

Wees tevreden met uw lot

Zie hoe alles hier verandert

En verlang alleen naar God

Dit is een vers bij de wisseling des jaars buitengewoon geliefd, omdat het uitdrukt datgene wat in allen leeft.

Terugzien, omzien, en schouwen in de verborgen toekomst. Op de oudejaarsavond zagen we om, toen hebben we teruggewenst hetgeen wij eens zagen, toen hebben we gevoeld ons eeuwig woelen om verandering, het terugverlangen naar hetgeen geweest is, en het verlangen naar het komende. Dit lijkt zo tegenstrijdig maar ieder die dieper doordenkt voelt deze tweespalt in zijn eigen ziel.

Als wij terugdenken: hoe goed hebben wij het gehad.

En toch, toen op dat moment was er ook reeds het woelen om de verandering, de toekomst die nog meer lokte.

VERLEDEN OF TOEKOMST

Hoe sterk leeft het in ons om of vooruit te grijpen naar de toekomst, of om te leven uit het verleden. Hoe weinigen van ons lukt het om het heden te beleven, het is of het heden altijd verdrongen wordt door het verleden of door de toekomst.

Daarin ligt een zekere tragiek, want dit betekent dat veelal het heden door onze vingers glijdt en we niet, of heel moeilijk kunnen komen tot een bewust genieten van het heden.

Hoe zal de toekomst zijn, de vraag die ons alle bezighoudt! Niet alleen de datum van de bevrijding interesseert ons, maar ook de vraag welke richting het mensdom uit zal gaan, of een uiteindelijke verbetering van het menselijk geslacht mogelijk zal blijken, ja dan neen. Wij deden beter ons meer eeuwig te denken. Paulus vergelijkt de toekomst met de wedloop die voor hem ligt. Vele getuigen hebben reeds deelgenomen aan die wedloop, een wolk van getuigen. Wil men deze weg begaan dan moet men afleggen de ballast, want als men deze blijft meeslepen dan zal men niet aan het einde komen. We zeiden reeds: ontkenning van het heden, ook van het verleden. Dat is iets anders dan vergeten, dan uit het geheugen wegwissen, dan zo gauw mogelijk maar een streep zetten achter dit meest beroerde jaar van het leven. Velen denken dat dit de ballast is en dat men maar moet vergeten om ongehinderd voort te gaan. De vraag moet echter gesteld worden, waar ligt datgene waarin God ons aansprak in het afgelopen jaar, het eeuwige moment in de tijd. Het was ondanks alles het jaar onzes Heren. Laten we dit niet vergeten. Nu vol moed verder.