Fragmenten Koffer uit Berlijn
Koffer uit Berlijn lijkt op Leer mij je liefhebben in de zin dat beide boeken gebaseerd zijn op dagboekfragmenten en brieven. Ook dagboekfragmenten uit de oorlog. In Koffer uit Berlijn brengt Nico, de hoofdpersoon, de oorlogsjaren door in Berlijn:
In de nacht van 23 op 24 augustus krijgt Berlijn een grote luchtaanval te verwerken. De lucht zit vol met vliegtuigen. De fabrieken van Daimler Benz en Siemens zijn het slachtoffer. De jongens merken er verder niet veel van. Nico bezoekt in het Berlijn het keizerlijk paleis aan het eind van Unter der Linden, bij de Dom. Voor het paleis ziet hij een enorme beeldengroep met meer dan levensgroot het ruiterstandbeeld van keizer Wilhelm de Grote. Hij gaat naar binnen en laat zich rondleiden door een gids, hij bekijkt de ontvangstzaal van de keizer met het balkon, vanwaar Wilhelm II in augustus 1914 de oorlog aan het Duitse volk bekend maakte. 31 augustus, Koninginnedag, viert hij door met Theo ’s avonds om tien uur de fabriek binnen te stappen.
(…) Toen we, op weg naar de Westhalle, tussen de enorme gebouwen, ovens, smederijen, gieterijen, waar het gloeiend staal een rosse gloed verspreidde, doorliepen, omringd door het gedreun en geraas van de nimmer rustende fabriek, zei ik tegen Theo: ‘Koninginnedag 1943’. ‘Laten we er niet over spreken’, zei Theo toen. Dat was ons hele gesprek, en het was voldoende.